Aanbrengen van goede beveiligingen rond openingen of bij vloereinden is van levensbelang. Het komt regelmatig voor dat een dichtgelegde opening tijdelijk wordt weg gehaald voor werkzaamheden. Zorg dat de opening met deugdelijk materiaal wordt afgezet (geen lint) en na de werkzaamheden weer dicht gelegd wordt. Openingen die veelvuldig open en dicht moeten is het beter om een tijdelijke voorziening aan te brengen die gemakkelijk wegneembaar en terug te plaatsen is, zonder de veiligheid aan te tasten. Ga bij einde werktijd nog even de aanwezige openingen na. Laat deze controles een vast onderdeel van uw werk zijn.

Openingen in wanden en vloeren

Op vloeren die toegankelijk zijn dienen wand- en vloeropeningen beveiligd te zijn. Bedenk bij het beveiligen dat de constructie sterk genoeg moet zijn, dus geen spaanplaat op een sparing of een panlat als leuning. Het is raadzaam na te gaan of reeds in een vroegtijdig stadium beveiliging kan worden verkregen door het plaatsen van definitieve leuningen, borstweringen enzovoorts. Een van de belangrijkste eisen die aan hekwerken en leuningen gesteld worden is dat deze bestand zijn tegen een neerwaartse belasting van 1,25 KN (± 125 kgf). Bij een horizontale belasting van 0,3 KN (± 30 kgf) mogen ze niet meer dan 35 mm doorbuigen.
Het zal duidelijk zijn, dat beveiligen van wand- en vloeropeningen niet alleen technische kanten heeft, maar dat ook aandacht dient te worden besteed aan instructie van de medewerkers, zodat deze weten hoe te handelen bij deze risico’s. met andere afdelingen in het bedrijf en overleg met neven- en
onderaannemers is een must.

Openingen

Bij het plannen van de instructie en voorlichting moeten de medewerkers van bijvoorbeeld
onderaannemers en installateurs niet worden vergeten. Ook zij dienen zodanig te worden gemotiveerd en geïnstrueerd, dat beveiligingen weer worden aangebracht als ze om welke reden dan ook, tijdelijk zijn verwijderd. Verwijderen mag echter nooit zonder toestemming van de hoofdaannemer. Het is sterk aan te
bevelen de instructie te laten geven door de ‘eigen’ leidinggevende. Bij doorgangen kunnen ‘sluisconstructies’ ervoor zorgen dat er altijd een leuning blijft staan.

Bij beveiligingen van vloeropeningen kan het van belang zijn, dat de opening “open” blijft voor transport of de doorgang van personen; of dat de afdichting horizontaal wordt aangebracht zodat er meer werkruimte is. Een horizontale afdichting moet voldoende sterk zijn, mag niet kunnen verschuiven en er mag geen gevaar ontstaan voor struikelen. Als de afzetting verticaal is, moet het leuning- of hekwerk minstens 1,00 meter hoog zijn.

THT Sloop Clevers Asbestsanering

Wandopeningen zijn alle openingen in het verticale vlak.
Beveiliging is zeker verplicht als het gevaar aanwezig is van een hoogte van 2,50 m of meer te vallen. Doelmatige bescherming kan bestaan uit leuningen of hekwerk met een hoogte van 1,00 meter. Bij leuningwerk hoort een voetstootlijst van 0,15 m en een tussenleuning halverwege (onderlinge openingen max. 0,47 m).
Bij verdiepingsvloeren waarop géén werkzaamheden worden verricht, maar die wel toegankelijk zijn, mag worden volstaan met één leuning van 1,00 m boven het betreedbaar oppervlak, indien deze 2,00 meter vanaf de vloerrand is geplaatst. Als er een opening in de leuning nodig is, bijvoorbeeld bij gebruik van een bouwlift,
moet een slagboom worden aangebracht. Bij trappen en bordessen kan worden gekozen uit een hekwerk of een leuning met een tussenleuning.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.